Cursusaanbod

Lustrum Maastricht: “Kort geding is een lenig ding” i.c.m. “Gedragsrecht”

donderdag 31 oktober 2019

Docent:
de heer mr. A.H. Schotman, de heer mr. A.J. Louter en mevrouw mr. L. Rammeloo
Locatie:
Designhotel Maastricht
Stationsstraat 40, 6221 BR, Maastricht

P/O 7 juridische punten

Op donderdagmiddag 31 oktober en vrijdagochtend 1 november 2019 zal het Studiepunt Lustrum Maastricht plaatsvinden.

Donderdagmiddag zal de cursus “Het kort geding is een lenig ding” worden verzorgd door mr. A.H. Schotman, senior rechter, coördinator kort geding rechtbank Noord-Holland.

Mr. Schotman: “Als jonge jurist heb ik in de 80-er jaren mijn eerste schreden in het rechtsbedrijf mogen zetten als griffier in kort geding. Mijn leermeester was Van den Haak (inmiddels ruim 20 jaar met pensioen), die als Haarlemse president faam heeft verworven als een van de grote protagonisten van een ruim gebruik het kort geding. Er was maar weinig in het leven – en nog minder in het recht – waarvoor het kort geding volgens hem niet de geëquipeerde rechtsgang was.

Ik deel die opvatting, maar wel in het besef dat de validiteit daarvan voortdurend moet worden bewezen.

De toetssteen daarvoor is nu, meer dan 30 jaar geleden, de vraag: in hoeverre kan de rechtspleging in kort geding bijdragen, niet alleen aan de beslechting, maar ook aan de oplossing van het geschil.

In 2017 verscheen het Hiil-rapport “Menselijk en rechtvaardig, is de rechtsstaat er voor de burger” (https://www.hiil.org/wp-content/uploads/2018/07/HiiL-Menselijk-en-rechtvaardig-Launch-3-mei-2017-def.pdf).

Enkele citaten:

“De rechtsstaat luistert niet en verbindt niet.”

“Alle spelers zitten vast in hun eigen spel.”

De strekking van het betoog is dat de rechter, de advocatuur, het Ministerie van V&J en andere betrokkenen er niet in slagen de rechtsstaat “goed” te laten werken. Te veel mensen hebben te vaak het gevoel dat hun probleem niet werkelijk wordt opgelost, prioriteiten lijken verkeerd gesteld. procedures zijn dysfunctioneel, etc. Het rapport laat zich lezen als één groot j’accuse aan ons als togadragers gezamenlijk en doet op ons een beroep om ons in te spannen om vanuit onze onderscheiden verantwoordelijkheid op zoek te gaan naar een effectievere invulling van onze rollen.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We verkeren, ook in kort geding, met elkaar in een litigieuze constellatie die bepaald gedrag uitlokt. Uw cliënt kan er belang bij hebben dwars te liggen, u bent als wederzijdse advocaten beide gebonden aan gedragsregels die voorschrijven dat u de rechter niet informeert over wat er voorafgaand aan de zitting confraterneel is verhandeld, de rechter moet recht doen op de grondslag van vordering en verweer, enz. Kortom: de uit de Hiil analyse voortvloeiende opdracht is ook voor de rechtspleging in kort geding een uitdaging.

Nu is het kort geding een lenig ding. We hebben met elkaar een grote vrijheid om met de aangebrachte geschillen om te gaan zoals we dat willen. We kunnen die uitdaging aan!

Ik zou met u in een interactieve sessie willen bespreken hoe we dat gaan doen. Hoe kunnen wij als gezamenlijke togadragers bevorderen dat het kort geding optimaal beantwoord aan wat de samenleving wenst: snel, infomeel, praktisch, rechtvaardig, oplossingsgericht.

In abstracto zouden we het daar met elkaar best wel snel over eens kunnen worden. In concreto zie ik wel een spanning (bijvoorbeeld) met de partijdigheidsopdracht van de advocaat en het belang van diens cliënt. Ook zijn er storende factoren: partijen die hoog in de emotie zitten, gebrek aan chemie tussen procesdeelnemers, en wellicht zelfs omzetbelang van betrokken advocaten.

Genoeg te bespreken dus. Uiteraard zal de cursus mede worden gebruikt om praktische observaties en actuele positiefrechtelijke ontwikkelingen met u te delen.

Ik zou het op prijs stellen als u als input voor mijn voorbereiding in een met deze voorzet vergelijkbaar bestek uw spontane gedachten over het onderwerp op de mail zet: a.h.schotman@rechtspraak.nl”


Vrijdagochtend 
zal door mr. A.J. (Arnout) Louter en mr. L. (Leonie) Rammeloo de cursus “Gedragsrecht” worden gedoceerd.

Worden uw cliënten steeds gejat of ronselt u zelf wel succesvol? Waarom is een gegronde klacht zo duur? En hoe komt het eigenlijk dat de deken altijd u moet hebben? Wanneer is een ongezouten mening ‘onnodig grievend’?  Waarom op instructies van uw cliënt wachten en die bevestigen; u weet toch zelf wat het beste is voor uw cliënt?

Leonie Rammeloo en Arnout Louter verzorgen al vele jaren in Woudschoten het introductieblok voor de beroepsopleiding. Daarnaast zijn zij trainer voor de vakken vaardigheden en beroepsattitude en beroepsethiek. Leonie voert als advocaat praktijk in Amsterdam op het gebied van beroepsaansprakelijkheid. Arnout is na een loopbaan in de advocatuur overgestapt naar de rechterlijke macht en werkt momenteel als kantonrechter in Enschede. Beiden zijn lid van het Hof van Discipline.

Doel van de workshop/training is het opfrissen van kennis van het gedragsrecht, bijpraten over de laatste ontwikkelingen, uitwisselen van ideeën en ervaringen op het gebied van het tuchtrecht en het bespreken van dilemma’s.

Aanvang van het programma zal zijn op 31 oktober om ong. 13.30 uur in het Design Hotel (Stationsstraat 40) in Maastricht. U wordt ontvangen met een broodje, waarna de cursus van mr. Schotman zal starten. Aansluitend aan het middagprogramma zal worden geborreld en gedineerd in het hotel. U overnacht in een comfortabele hotelkamer. Vrijdagochtend 1 november wordt na het ontbijt om ong. 9.00 uur het cursusprogramma vervolgd. Afgesloten wordt rond de klok van 13.15 uur met een broodje.

Kosten: € 350,–

 

Stuur mij een uitnodiging waarmee ik mij kan aanmelden voor deze cursus mits deze niet vol is.